Word gratis lid     Inloggen
Home
Magazine
Foto van de Dag
Filmpjes
Recepten
Prikbord
Fotowedstrijd
Blogs
Forum
Kranten
Clubs
Tutorials
Agenda
Leden
 
Alle prikkers
Prikker toevoegen
Prikkers van vrienden
Mijn prikkers
De laatste reacties
Populaire prikkers
Prikbord bericht
 Klik hier voor een nieuw bericht ...
Toevoegen


Jannes Schollema, een schapenboer van in de 80...

40 jaar lang was ik postbode in Stadskanaal en leerde zodoende ontelbare mensen kennen tijdens mijn lange loopbaan.
Een van hen is Jannes Schollema, over hem en zijn vrouw Dientje gaat dit verhaal. Mooie verhalen en herinneringen heb ik opgetekend en wil ze met u, indien er belangstelling voor bestaat, graag met u delen.
Uiteraard zijn er passages in opgenomen van de plaats Stadskanaal en omliggende regio, voor u als lezer misschien minder revelant, maar toch.
Het hoort nu eenmaal thuis in het verhaal en is om die reden niet te vermijden.
Veel lees plezier met dit verhaal van heel lang geleden...

---------------------------------------------------------------------------

Een felle hagelbui striemt het Ghandiplein in Stadskanaal. Voorovergebogen achter zijn winkelwagentje loopt een man, zijn ene hand beschermend voor zijn gezicht vanwege de hagel die tikkend en dansend neervalt op motorkap en daken van de geparkeerde auto's.

De wind rukt in de kruinen van de omliggende bomen van het plein. De man die aan komt lopen heeft iets herkenbaars maar helemaal thuisbrengen kan ik hem nog niet. Ik schuif de bestuurdersstoel achteruit om meer ruimte te creŽren bij het uitstappen vanwege mijn onwillige linkerknie. Een windvlaag krijgt vat op het portier die bijna uit mijn handen wordt gerukt tijdens het uitstappen.

De hagelkorrels nestelen zich in mijn haar en prikken venijnig in mijn gelaat. Aangekomen bij de ingang van de supermarkt herken ik de man achter het winkelwagentje. "Moin Jannes," is mijn begroeting. De man kijkt op, een blik van herkenning glijdt over zijn gezicht.

"Moi jong kerel," is zijn wedergroet. Ik moet grinniken om die opmerking. Twee oudjes, waarvan de een tegen de ander jong kerel zegt. Met mijn hand woel ik door mijn haar om een partij hagelkorrels te verwijderen die langzaam beginnen te smelten.De man naast me lacht om dit gebaar. "Je zult dit wel veel vaker hebben meegemaakt toen je nog als postbesteller je werk deed.

Want toen hadden we nog winters en niet van die kutwinters als die van tegenwoordig moppert hij," terwijl hij zijn wagentje naar binnen duwt. "Ik heb dit nog nooit meegemaakt, het is de eerste week van februari en heb nog geen vlok sneeuw gezien. Of het moet al in de nacht of vroege morgen zijn geweest toen ik nog op een oor lag."

"Je hebt gelijk Jannes, echte winters worden steeds zeldzamer.De laatste Elfstedentocht dateert alweer van 1997, en als die wordt verreden kun je spreken van een echte ouderwetse winter."

Jannes Schollema.
Een man naar mijn hart. Een tachtiger inmiddels waar ik tijdens mijn werk aan de deur kwam. Een gezette kerel die het hart op de tong draagt. Altijd goed geluimd en sterk als een os, tenminste destijds toen hij nog in de kracht van z’n leven verkeerde. Ik ken Jannes al heel wat jaren, ik was jong en vrijgezel toen ik bij hem en Dientje aan de deur kwam.

"Ik weet nog zegt Jannes, toen je in het begin bij ons kwam, dat je toen een baret droeg met het PTT-embleem. Dientje vond je dat altijd zo leuk staan, wat een aardige postbode zei ze af en toe." "Ha, Jannes, dat zei ze natuurlijk omdat ik wel eens wat voor haar meebracht uit het dorp, een boodschap of haar medicijnen die ik meenam van de dokter." Hij antwoordt niet maar staart met een wat afwezige blik de supermarkt in.

Ik observeer de man die naast me staat. Zijn rug is niet meer zo recht, met de nu wat afhangende schouders. Ook in lengte heeft hij ingeboet, want net als ieder mens is hij in de loop der jaren een aantal centimeters kleiner geworden. Klanten lopen af en aan in de supermarkt, regelmatig worden we door bekenden begroet en moeten af en toe wat opschuiven om klanten niet te belemmeren met de winkelwagens waar we vlakbij staan te praten.

"Kom," zegt Jannes opeens, "laat ik de boodschappen maar gaan halen want als ik met jou door blijf lullen schiet het niet op." Hij duwt de winkelwagen door de toegangspoort en loopt de winkel in. "Het beste maar weer Jannes en tot ziens hoor. "Mijn gedachten blijven ondertussen bij hem hangen. Ongemerkt sluipt hij mijn herinnering binnen, zie ik de beelden van vroeger weer als een film voorbijkomen.

Destijds was het een eindje fietsen om bij Jannes en Dientje de post te bezorgen. Hun huis stond in het veld, met her en der verspreid nog een aantal huizen.Er werd later een groot industriegebied aangelegd op de plek waar ze toen woonden. Het hele gebied is veranderd.

Ik zou de plek vandaag de dag met geen mogelijkheid meer aan kunnen wijzen waar ze hebben gewoond. Toen was alles ruim, weids en kaal. Bij helder weer kon je de Onstwedder Juffertoren ontwaren aan de verre horizon. Maar mede door de ruilverkaveling werd het landschap ingrijpend veranderd.

Er kwamen nieuwe stukken natuur, agrarische gebouwen moesten worden verplaatst of herbouwd. Ruilverkaveling werd ook wel uitgevoerd in het kader van werkverschaffing. Veen, moeras en heidevelden werden omgevormd tot landbouwgrond want landeigenaren, zeg maar de boeren, wilden het liefst zoveel mogelijk aaneengesloten landbouwpercelen.

De vele wijken, destijds gegraven voor de afwatering van het veen werden daarna benut voor het afvoeren van landbouwproducten per praam zoals fabrieksaardappelen en suikerbieten. Er was toen in die tijd nog druk scheepvaartverkeer, niet alleen door het water van het Stadskanaal maar ook in het achterliggende gebied waar pramen en schepen voeren naar de dichtstbijzijnde fabrieken in de regio om hun te bevoorraden.

De Glasfabrieken in Nieuw Buinen voor de aanvoer van turf als brandstof, aardappelmeelfabriek Hollandia eveneens in Nieuw Buinen voor het vermalen van aardappelen. Verder de omliggende fabrieken als Oostermoer in Gasselternijveen, aardappelmeelfabriek Alteveer te Alteveer, De Twee ProvinciŽn en strokartonfabriek Ons Belang in Stadskanaal, kortom bedrijvigheid alom door de vele fabrieken.

Ze zijn allemaal gesloten en afgebroken in de loop der jaren, alleen Oostermoer bleef over en draait nog jaarlijks zijn aardappelcampagne. De aanvoer gebeurt nu met grote vrachtwagens die dag en nacht op en aanrijden. Verderop richting Wildervank stond aan de Scheepswerfkade de aardappelmeelfabriek van W.A. Scholten. Ten tijde van dit verhaal reeds lang gesloten en afgebroken maar waar toen grote bedrijvigheid heerste.

Oude foto’s getuigen van de vele turfschepen in het kanaal om de fabriek te bevoorraden van brandstof. Turf. Want dat was het toverwoord als we toen spraken over brandstof. In de laatste decennia van de 19e eeuw, toen men het veen ging ontgingen tot ver in de 20e eeuw, diende het veelal in de industrie maar ook bij de consument als brandstof.

In mijn jeugd bracht de kolenhandelaar bij ons thuis ongeveer 3000 turven, aangevuld met eierkolen. Want de winters waren streng. Je bleef haast de hele dag de kachel volgooien met brandstof. IJsbloemen bleven de hele dag op de ramen, ieder van mijn generatie kan het beamen.

Dubbel glas? Het bestond toen niet. Turf werd later door de fabrieken vervangen door kolen die men toen ging delven in de Limburgse mijnen. Maar om nog even terug te komen op deze meneer Scholten, hij was tevens vervener. Bezat grote stukken veen in de omgeving van Klazienaveen waarmee hij zijn fabrieken van brandstof kon voorzien. Een vooruitstrevende gedachte die de kosten van brandstof in belangrijke mate drukte.

Maar ik dwaal af. Ik vertelde over de ruilverkaveling maar bracht via de vele wijken het scheepvaartverkeer ter sprake. Laat ik daar de draad weer oppakken. De vele wijken in het landschap werden allemaal dichtgegooid. Waar je in dikke winters lange schaatstochten kon ondernemen omdat de vele wijken veelal met elkaar in verbinding stonden was dat later niet meer mogelijk.

In mijn jeugd heb ik heel wat geschaatst. Ik ben opgegroeid in Tange Alteveer. Als het ijs sterk genoeg was stapte ik in de Grootstukken het ijs op en schaatste zo naar de Pekela's. Een schaatstocht vol herinneringen maakte ik in februari 1956 met Gezientje, een meisje uit het dorp. Een tocht vol ontberingen. De tocht kwam opeens weer tot leven toen ik in de herfst vorig jaar haar overlijdensadvertentie las, en ik in gedachten het hele gebeuren van toen opeens weer beleefde.

Herinneringen, ach er zijn er zoveel. De mooiste bewaar je, diep weggestopt in je hart. Soms was het niet altijd gemakkelijk om bij Jannes en Dientje de post te bezorgen. Als het een tijdlang had geregend in de herfst waren de lanen modderig, die weer opvroren als de winter inviel met venijnige sporen waarop het uitermate moeilijk fietsen was.

Bulten sneeuw in de winter, met een snijdende oostenwind met temperaturen ver onder nul. Maar altijd was er een warm onthaal. Koffie met enkele sneden brood, belegd met plakken ham of kaas, al naar gelang je wilde. "Jonge kerels hebben altijd honger," zei Dientje dan, "kom jong, laat het je smaken."

Jannes zat noodgedwongen thuis, in de vorstverlet. Misschien heette het toen anders, mijn broers, werkzaam in de landbouw, waren toen 'op steun'. Kregen een werkloosheidsuitkering. Maar ook als metselaar kon je in de winter als het vroor niet werken. Op het ruime erf met woonhuis en aangebouwde schuur, die deed denken aan een keuterboerderijtje, stond nog een schuur met links daarnaast twee stallen.

Een voor de varkens, de ander deed dienst als schaapstal. Rechts van het huis stroomde een nogal brede wijk de landerijen in. Dientje, Jannes vrouw, had een zwak gestel en was vaak ziek. Als je geregeld bij iemand aan de deur komt ontstaan op een zekere moment wat meer vertrouwelijke gesprekken. Je wordt meer eigen met elkaar.

Zo vertrouwde Jannes mij ooit eens toe dat Dientje al gezondheidsproblemen had toen hij haar leerde kennen. Ze kwamen elkaar tegen op de kermis in Stadskanaal, die toen nog gehouden werd aan de Berkenstraat. Het centrum van Stadskanaal was vroeger de Handelsstraat, vanaf de Gele Klap tot aan het cafŤ van Evert Oosterhuis op de hoek Handelsstraat, Lindenstraat.

Op de plek waar toen de kermis was staat nu Buurthuis Noordstee, daarvoor het houten Scoutingsgebouwtje van de padvinders, met daarachter het sportterrein van SPW, tevens de plek waar de jaarlijkse grasbaanraces worden gehouden. "Ik was meteen gek op haar," zei Jannes toen, "ze was de liefde van mijn leven.

Ik was nog niet zo lang bij haar toen ze mij bekende dat ze vaak ziek en moe was en niet over een sterk gestel beschikte." "Ik wil dat je dit weet, zei ze, want ik wil niets voor jou verzwijgen. Je kunt nu nog kiezen Jannes, ik zal je niets kwalijk nemen als je om die reden een eind maakt aan onze verkering. Ga alles nog eens rustig overdenken voordat we met elkaar verder gaan."

"Zo eerlijk en oprecht hoe ze dit alles die avond verwoordde." Mijn liefde voor haar werd alleen maar groter. "Maar mijn ouders dachten daar heel anders over toen ik het thuis vertelde. "Wat moet je met zo'n meid, zei mijn vader, veel ziek en tot niets in staat.

Zo iemand neem je toch niet? Zoek voor haar een ander man. Ze kan misschien niet eens voor nakomelingen zorgen." "Ik weet nog dat ik met mijn vader in de schuur stond toen hij mij deze verwijten maakte. Nakomelingen, brieste ik, denk je nou werkelijk dat ik net zo'n hok vol jongen wil hebben die jij bij je vrouw hebt verwekt. Ze is verdomme een vrouw en geen konijn.

Witheet was ik.Over en weer werden nare woorden in elkaars gezicht gesmeten. Het draaide haast uit op een handgemeen. Een paar meter van mij vandaan stond een hooivork tegen de muur. In blinde woede stond ik bijna op het punt de vork te grijpen om mijn eigen vader er aan te rijgen.

Stel je voor, je eigen vader. Gelukkig heb ik die gedachte niet ten uitvoer gebracht." "Ik ben naar Dientje gefietst en haar geheel overstuur en trillend van de zenuwen haar het hele verhaal verteld. Dientje had ruimdenkende ouders die meteen ingrepen.

Ze begrepen dat het thuis voor mij een onhoudbare situatie was geworden. De spanning zou alleen maar toenemen. Ze gaven mij de keus om bij hun in te trekken. Maar dat was in die tijd ongehoord, het waren de jaren 50, een tijd dat normen en waarden, eer en fatsoen, hoog in het vaandel stonden. Een ongetrouwd stel onder een dak gaf praatjes.

De mensen zouden gaan kletsen want zoiets was toch een schandvlek in de familie. Dus gekletst werd er zeker." "Laat ze maar praten, zei Dientjes vader, ik heb liever dat ze over mij praten dan van me eten. De grootste storm duurt drie dagen, dan richten ze hun pijlen wel weer op iets anders."

Jannes kwam uit een kinderrijk gezin van 12 kinderen. En dat had niets met een geloofsovertuiging te maken want die hadden ze niet. De kinderen kwamen nu eenmaal zoals dat vroeger heel gebruikelijk was. Want voorbehoedsmiddelen bestonden toen nog niet. En er over praten al helemaal niet. "Ik geloof ook niet dat mijn ouders elkaar ooit eens naakt hebben gezien," zei Jannes eens.

"Op zoiets rustte toen een groot taboe, men wist zich geen houding te geven in zo'n geval want ze schaamden zich eenvoudig voor hun naaktheid voor elkaar. Ach, weet je, als ze samen kwamen gebeurde dat in de donkere bedstee. Van voor en naspel was geen sprake, wisten zij veel. Het was gewoon even elkaars driften bevredigen en daarmee klaar.

"Jannes en Dientje trouwden in het midden van de jaren 50. Zonder zijn ouders en twee van zijn broers en zussen die de kant hadden gekozen van zijn ouders. Ondanks hij dit had verwacht deed het toch pijn want ze hadden het beiden graag anders gewild.

Toch gaf het hem een zekere voldoening als hij terugdacht aan die nare woordenwisseling in de schuur. Jannes werkte in de bouw als metselaar. Een harde en secure werker. Stond bij zijn baas, een plaatselijke aannemer, hoog aangeschreven. Er was werk in overvloed, want een jaar of tien na de oorlog was er nog de nodige oorlogsschade die hersteld moest worden.

Sommige opdrachtgevers vragen de aannemer Jannes mee te sturen voor het metselwerk. Voor een redelijke prijs, en met behulp van Dientjes ouders kan hij een huis kopen met een flinke lap grond. Het huis had een opknapbeurt nodig maar dat is voor de jonge metselaar geen probleem. Op dat gebied weet hij immers van de hoed en de rand.

Het huis staat al een tijd te koop maar er waren maar weinig die interesse toonden om in het veld te gaan wonen. Maar het echtpaar in spe ziet er wel wat in. Na hun huwelijk blijven ze nog bij Dientjes ouders wonen terwijl Jannes in zijn vrije tijd het huis onderhanden neemt. Het treft in die tijd want het loopt tegen de vakantie zodat hij een hele week met het huis bezig kan zijn.

Een week vakantie was in de jaren 50 een luxe voor een arbeider. Achter het huis ligt een stuk weiland waar hij de schapen laat grazen. Werd het gras minder, graasden ze langs de brede berm langs de lange wijk, waar ze volop konden vreten.

In een van de stallen worden een paar varkens vetgemest, een voor eigen gebruik terwijl de overige paar varkens worden verkocht aan een plaatselijke slager. Lammeren die bij de schapen worden geboren worden verhandeld. Maar met de handelaar waarmee hij zaken doet heeft hij op een zeker moment geen vertrouwen meer.

Hij weet niet waarom maar zijn gevoel zegt hem dat hij op een genieperige wijze wordt verneukt. "Ken jij die kerel Anton?," vraagt hij mij eens."Je komt bij alle boeren met de post, misschien heb je ooit eens iets van hem vernomen." Mijn antwoord is ontkennend. "Ik ken wel een betrouwbare handelaar als je dat bedoelt."

"Het is een varkensboer, Job van der Linde, waarmee je eerlijke zaken kunt doen." "Wat moet een zwijnenboer nu met lammeren, antwoordt Jannes." "Het is handel en het maakt Job niks uit welke dieren hij verhandelt. Hij vervoert ook koeien of paarden voor de boeren die ze op de markt hebben gekocht.

Hij betaalt je in zijn ogen een rechtvaardige prijs maar ik waarschuw je al bij voorbaat, het is een kerel die nogal kort voor de kop is. Hij houdt niet van eindeloos handje geklap om een paar gulden meer of minder. Hij noemt je een prijs en dan is het aan jou om toe te happen. Als het jou niet aanstaat springt hij in zijn vrachtwagen en rijdt weg.

"Jannes grinnikt, "klinkt goed, zegt hij. "Ik wil hem wel eens ontmoeten." "Stuur hem maar langs maar het heeft nog geen haast, het liefst op een zaterdagmiddag als ik vrij ben van m'n werk." Een week of 4 later tref ik Job van der Linde bij een boer in de Boerveenstermond. Ik vertel hem het verhaal en Job belooft dat hij er langs zal rijden als hij in de beurt is.

Het is dik winter als ik voor het eerst bij het echtpaar Schollema aan de deur kom. Er staat een uiterst koude wind uit het oosten. Mijn handen en voeten zijn versteend van de kou. Het sneeuwt onophoudelijk. Als ik het boerderijtje op een honderdtal meters ben genaderd, stormt door de sneeuw blaffend een grote herdershond op mij af.

De sneeuw vliegt alle kanten op als hij aan komt stuiven. Opeens klinkt een harde stem vanuit de staldeur door de winterse morgen en zie ik de silhouet van een man die de hond tot orde roept. Roland, goed volk. Af. Terug.

De hond kijkt om en maakt meteen rechtsomkeert. Ik ben verbaasd maar blij tegelijk dat het met een sisser afloopt. De man sluit de staldeur en loopt op me af als ik mijn fiets tegen de zijgevel van het boerderijtje zet. "Kom ik hier voor het eerst en word ik nogal luidruchtig begroet," zeg ik lachend tegen de man.

"Dag jong kerel," zegt die, "een nieuwe postbode zie ik. Schollema, zeg maar Jannes," zegt hij als hij zich voorstelt. Schrok je van de hond? Hij wacht mijn antwoord niet af. De hond drentelt om me heen. "Roland, zit," zegt hij gebiedend tegen de hond die op een meter afstand voor me in de sneeuw gaat zitten. Jannes praat tegen de hond alsof het een kind betreft.

Ik val van de ene verbazing in de ander. "Roland, dit is de postbode, goed volk, hoor je, goed volk. Zul je braaf zijn?" De hond kijkt van de een naar de ander. "Roland, geef de postbode een poot, poot Roland en braaf zijn, hoor je, heel braaf. Kom maar zegt Jannes, steek je hand maar uit zodat hij je een poot kan geven. Poot Roland."

De hond tilt zijn rechterpoot op en legt die in mijn hand en kijkt met gespitste oren naar me op. "Geef hem nu maar een dikke knuffel zegt Jannes want dan weet hij dat het vertrouwd is en zul je geen last meer van hem krijgen."Ik geef de hond een knuffel die zich dat alles laat welgevallen.

GedrieŽn lopen we naar binnen waar Jannes vrouw op ons wacht voor de koffie. In de daarop volgende winter word ik door een andere hond, een bouvier, dusdanig toegetakeld dat ik 14 dagen niet kan werken. Want honden en postbodes kunnen nu eenmaal slecht met elkaar overweg.

Op zekere dag tref ik Dientje een beetje paniekerig aan. "Wat heb je vraag ik haar." "Verdikkemie," zegt ze, "ik heb vanmorgen de laatste pil genomen tegen migraine en helemaal vergeten Jannes het doosje mee te geven voor nieuwe bij de dokter. Ik kan er niet zonder want als ik een aanval krijg kan ik niks innemen.

Ik moet dan overgeven en kan niet tegen het daglicht. Gut, wat moet ik nou, dat heb je als je hier in het veld woont en niet direct iemand anders om hulp kunt vragen. We wonen allemaal een eind van elkaar vandaan. En ik ben weer zo moe, heb weer een hele slechte dag." Ze ziet bleek en is wat overstuur. "Wat een toestand allemaal."

"Maak je niet druk Dientje, ik zal de medicijnen voor gaan je halen. Met een klein uurtje ben ik klaar met mijn bestelling en dan rij ik direct door naar de huisarts." In die tijd had de dokter nog een huisapotheek bij zijn praktijk. "Maar dan moet je weer helemaal naar hier terugrijden, nee dat wil ik niet," zegt ze.

"Je bent de hele dag al bezig, geef me het doosje nu maar, schenk maar een kop koffie in als je die nog hebt en dan regel ik het wel," onderbreek ik haar relaas. "Ik ben een jonge vent en maal niet om een eindje fietsen. Dit is een noodgeval en iets vergeten kan iedereen overkomen. Je medicijnen zijn nu het belangrijkste en ik zorg dat je ze krijgt."

Een lach van blijdschap trekt over haar gezicht en ik zie haar in een paar minuten weer opfleuren. Soms had ik de bestelwijk waar Jannes en Dientje woonden een week achter elkaar. "Kom je morgen ook weer langs Anton?," vraagt ze soms. "Als het goed is wel. Ben je wat vergeten Dientje?" "Je hebt ook maar een half woord nodig hŤ?" "Moet ik wat meebrengen, wat heb je nodig?" "Kun je pannenkoekenmeel voor me meenemen en een pond belegen kaas?"

"Natuurlijk, geen probleem hoor ik neem het voor je mee van Dethmer Drenth, de kruidenier is maar een paar stappen van het postkantoor verwijderd. Nee laat maar, geen geld want stel dat ik opeens morgen een andere bestelloop krijg toegewezen, dan loop ik met jou geld in de zak."

Het gebeurde vaak als ik met haar koffie dronk dat we voor het raam uitkeken over de landerijen. Dan zagen we een paar reeŽn lopen, fazanten in de berm van de wijk of een reiger die aan de oever wachte of hij een visje kon verschalken. Een koppel ganzen die luidruchtig overvloog. Soms scharrelde er een vos over het land.

In de winter waren er volop vogels in de tuin. Dientje kon ze allemaal van naam en genoot van al hetgeen er aan haar oog onttrok. De hond en kat hield ze dan een tijdlang binnen om de vogels niet te verjagen. Ik mocht het frieŽle vrouwtje graag. Had vaak medelijden met haar vanwege haar zwak gestel en slechte gezondheid.

Ze had weleens een houten kuip vol wasgoed die ze op het grasveld te bleken legde. De kuip was zwaar, als ik het zag nam ik het van haar over en viel me een blik van dankbaarheid ten deel. Het was een fijn huwelijk, je merkte dat er liefde in het huis woonde. Hoe jong ik toen nog was, ik merkte het in omgang en gebaar.

Dientje leerde Jannes alle kneepjes van het huishouden."Want," zei ze, "ik word niet oud Jannes. Als ik er niet meer ben moet je je kunnen redden." Als we zo met elkaar spraken kreeg ik een brok in de keel en branden de tranen achter m'n ogen, vertelde Jannes.Maar ze kreeg gelijk, haar gezondheid ging in de loop der jaren verder achteruit.

Er volgden nare operaties, baarmoeder en eierstokken werden verwijderd, later een maagoperatie waarna een half jaar later een gezwel in haar buik werd geconstateerd. Kanker. Ze werd ernstig ziek en kon de strijd niet winnen. Twintig jaar na hun huwelijk werd Dientje ter grave gedragen. Jannes bleef alleen achter, hun huwelijk bleef bewust kinderloos.

De behandelde artsen achten het niet verantwoord dat ze zwanger zou worden. Jannes moest na 20 jaar huwelijk de liefde van zijn leven naar haar laatste rustplaats brengen. Op 45-jarige leeftijd bleef hij alleen achter. Hij is nu inmiddels 86 jaar, nooit hertrouwd maar de vele liefdevolle herinneringen aan zijn geliefde Dientje troosten hem en verwarmen nog steeds zijn hart...

Stadskanaal, februari 2020

De namen Jannes en Dientje Schollema zijn gefingeerd.
Eveneens is varkensboer Job van der Linde een verzonnen naam.
Gelijkenissen van nog in leven zijnde personen berust op puur toeval.



Door Antondewijk  
Toegevoegd op 15 jan 2021 om 19:10
_
Antondewijk toevoegen aan mijn vriendenlijst
_




Reacties Van leden

Je reactie
Het is alleen mogelijk te reageren wanneer je ingelogd bent.
_
Naam_Wachtwoord_




_
_
Just-Briesje  
15 jan 2021 19:40
Anton wat heb jij hier een prachtig verhaal neergezet, ik zag het helemaal voor me.
Wat kun jij goed schrijven, het boeide mij meteen!
Er zit van alles in, zoals een stukje geschiedenis en ook een ontroerend stuk over échte liefde.
Fantastisch!

_
Tontoos  
15 jan 2021 19:43
Mooi indringerde verhaal Anton.
_





_
_
Welmoet.1  
15 jan 2021 21:20
Wat een heerlijk verhaal. Dank je Anton!

_
Tess48  
16 jan 2021 11:05
Weer een prachtig verhaal Anton .
Met heel veel plezier gelezen .
Sommige dingen zo herkenbaar !
Mijn moeder bleekte ook het wasgoed op het gras
Wij konden ook vaak de mensen met hun bijnaam .
Ooit meegemaakt dat er iemand aan mij vroeg waar waar Jan Veldhuizen woonde , waarop ik antwoorde , hier niet , hier woont Jan de Broek . Toen ik het tegen mijn ouders vertelde zeiden ze , hij heet Veldhuizen ... pfff

Groetjes Tess .
_





_
_
Petra1951  
16 jan 2021 22:37
Mooi verhaal en boeiend geschreven.

Ik moest in mijn jeugd een keer ergens zijn en wist hun naam en huisnummer niet meer. Ik kon alleen hun scheldnamen en heb mijn schoonzus gevraagd of zij wist wie dat waren. Ze moest heel erg lachen maar wist wie ik bedoelde haha.



_
























_
 
_

50plusser.nl
Over 50plusser.nl
Homepage
Top 20 mogelijkheden
Nieuwsbrieven
Contact
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Adverteren
Privacystatement & Cookiebeleid
Sitemap

Lidmaatschap
Gratis lidmaatschap
Plus lidmaatschap
Uitschrijven

IK
Mijn profiel
Mensen uitnodigen
Mijn plekken op internet
Profielfoto's
Hoofdfoto's aanpassen
Gegevens aanpassen
Gebruikersnaam wijzigen
Wachtwoord wijzigen
E-mailadres wijzigen

Leden
Overzicht
Nu online
Verjaardagen
Wie doet wat?
Overzicht
Mijn acties
Wat doen mijn vrienden

Prikbord
Alle berichten
Mijn berichten
Berichten van mijn vrienden

Van de dag
Foto's
Weerfoto's
Fotobewerkingen
Zwart/wit foto's
Video's
Stellingen

Fotoboeken
Overzicht
Mijn fotoboeken
Top fotoboeken

Fotowedstrijd
Overzicht
Huidige top 25
Winnaars
Voorgaande wedstrijden

Chatboxen
1 op 1 livechat
ChatBox
Clubs
Overzicht
Populaire clubs
Nieuwe clubs
Start een club

Blogs
Overzicht
Populaire weblogs
Start een weblog

Forum
Alle forums
Onderwerpen van vandaag
Onderwerpen van deze week
Zoeken

Cursussen
Software
Websites
Gezondheid
50plusser.nl

Zoek & Deel
Overzicht
Wandelroutes
Fietsroutes
Natuurgebieden
Bezienswaardigheden
Campings
Autoroutes
Motorroutes
Overige
Nieuws
Krantenkoppen
Weerbericht

Magazine
Artikelen
Artikel schrijven
Interviews

Extra
Recepten
Evenementen agenda
Ga je mee?
Webgids
Marktplaats
Spelletjes
Braintraining
E-cards maken
Desktop achtergronden
Software downloads
Animaties
Fotokalenders maken
Vandaag
8 berichten
0 tweets
26 foto's
299 reacties

RSS Feeds
Website RSS
Magazine RSS
Weblog RSS
Club RSS

Onze websites
50plusser.nl

Plus lidmaatschap
Word Plus lid voor maar
€ 1,79 per maand!










50plusser.nl
© 2005-2021
Publishious

Camino de las Puentezuelas s/n Buzůn 4 29.120 Alhaurin el Grande
CIF / NIF : Y 5412747 X

_
_